Hij is er toch nog gekomen dit jaar. Na alle commotie en de koorts die door heel Nederland gierde in de wintermaanden, na de vele vergaderingen van de rayonhoofden, was het dan zover: de Elfstedentocht. Een kniesoor die er om maalt dat er niet geschaatst maar geroeid wordt, zou ik zeggen. Op vrijdag 10 mei om 20:00 uur werd bij de Prinsentuin in Ljouwert het startschot gegeven voor de 28e editie van de ''tocht der tochten''. In de nacht die volgde zouden 99 ploegen de ruim 208 kilometer tellende marathon verroeien langs de Friese Elfsteden en door het wijdse Friese landschap. De grote truc waar het in deze strijd om draait is om hard te roeien en strak te sturen, en niet te vergeten snel wisselen!
De Elfsteden Roeimarathon groeit de laatste jaren aan populariteit onder de steeds meer voormalig toproeiers, oud-wedstrijdroeiers en enthousiaste veteranen, die er de uitdaging wel van in zien om non-stop een flinke hoeveelheid kilometers af te leggen. Nou zullen mensen waarmee ik heb getraind niet direct beamen dat ik te boek sta als de kilometervreter. Maar allicht ontluikt er nu toch iets in mij en zie ik mijn roeping als de eeuwige veteraan(iets wat ik openlijk ambieer) die vele lange tochten jaarlijks verroeid toch opdoemen.
Dat Elfstedentocht inmiddels is uitgegroeid tot de heilige graal onder de marathontochten mag duidelijk zijn. Uit binnen- en buitenland komen er al enige jaren teams naar Friesland om in hun soms hypermodern uitgerust C2x-boten strijd te leveren. Voor mij was dit ‘strijdgewoel’ echter net een iets andere beleving dan voor de overgrote meerderheid van de andere ploegen. Voor ons geen drukte van jewelste op populaire wisselpunten. Daar staan meestal verspreid onder het viaduct, aan het vlonder of langs het weiland staan tientallen begeleiders te schreeuwen en gebaren. Voor ons ook geen paraplu’s met knipperende rode en gele lampjes, fluorescerende ballonnen, ingestudeerde fluitjes of kenmerkende kreten, geen pikhaken die om de oren vliegen om de C-boten zo snel mogelijk naar de kant te trekken om de wissel in gang te kunnen zetten. Neen! Het verliep toch anders bij de ARC-combi ploeg…
Nadat enige jaren geleden
Team Leerink, met onder hen o.a. Olympische helden Blink en JWG, glansrijk de winst voor de A.G.S.R. in de de wacht sleepte en het kruisje naar Stad mee terugnamen is er al enige tijd geen roeier van het cognac meer geweest die de eindstrijd in zijn voordeel heeft beslecht. Sinds enkele jaren zwaait de oppermachtige ploeg van de
Asser RoeiClub de Fryske scepter. Met vorige jaar zelfs een gloepensnieuw baanrecord, die voor het eerst sinds de parcoursverle(n/g)ging in 2010, weer onder de 17 uur staat. Nou komt deze groep ijzersterke mensen bij mijn oude burgervereniging uit het pittoreske Assen vandaan. En na vroeger als klein pubertje het al tweemaal te hebben gestuurd was het nu ook eindelijk zover voor mij; ik ging samen met 11 anderen, waaronder mede Gyassers m'n zusje Emma en Fayka als stuurtjes, deze uitputtingstocht starten. We gingen wederom voor de winst.
Dagen voorafgaand aan de strijd hebben we gebeden dat de weergoden met de aanhoudende straffe zuidwester wind geen roet in het eten zouden gooien in onze poging tot het aanscherpen van het record... Maar helaas! Hij bleef straf en zorgde ervoor dat de overtochten van het Slotermeer en de Morra toch iets zwaarder vielen dan nodig was voor een snellere eindtijd. Toch hebben we gezien de condities een prima score op de klok weten te krijgen. De vijf koppels (en twee stuurtjes) hadden gedurenden de hele tocht een gemiddelde snelheid van 12,5 km/h, zo blijkt uit de analyse van onze track&trace/GPS.
Wij als ARC-combinatie hadden het een stuk makkelijker. Onze ploeg had uiteindelijk zo veel voorsprong dat we al vrij snel op de terugweg van Dokkum naar Leeuwarden de begeleidingsteams van de achtervolgers niet meer tegenkwamen. Dit zorgde ervoor dat het wel ietwat saai werd. Je mist dan het gevoel echt in een wedstrijd te zitten. Het enig wat je na het verroeien van je etappe hoort is hoeveel minuten er is uitgelopen of teruggevallen t.o.v. de nummer 2. De indrukwekkende voorsprong hebben we nimmer meer uit handen gegeven. Geen enkele van de tegenstanders kon in de buurt komen van ons. Nu alleen nog zien dat het gezeur en geblaat van de prominenten onder
Team Leerink volgend jaar gaat worden omgezet in actie, om zo de ARC wat meer uitdaging te bieden. Dan is het voor mij om te besluiten aan wiens kant ik mij zal scharen…